De zon komt elke dag weer op
In Griekenland begon mijn dag vaak op het strand in alle vroegte.
Ik keek uit over de zee. De ochtend was nog pril. Het water kabbelde zachtjes. Soms kwam er een briesje voorbij dat kleine golven maakte en de wind langs mijn gezicht liet gaan.
Het was stil, maar niet helemaal.
Op de achtergrond hoorde ik vissers met elkaar praten. Verderop trok een zwemmer rustig zijn baantjes. Gewoon, zijn eigen ritme, heen en weer door het water.
En terwijl ik daar zat, gebeurde het vanzelf.
De zon kwam langzaam achter de bergen op.
Langzaam verscheen ze boven de horizon. Eerst voorzichtig……Daarna steeds krachtiger. De warmte kwam terug. Het water veranderde in goud en de wereld kreeg een gloed die nauwelijks in woorden te vangen was.
Ik kon daar alleen maar zitten en ontvangen.
Geen haast. Geen moeten. Geen verwachtingen.
Alleen maar zijn.
En juist in die stilte ontstond een vraag die misschien ook bij jou mag landen:
De zon komt elke dag weer op.
Wat een eenvoudige zin. En toch bleef hij bij me.
Want misschien geldt dat niet alleen voor de zon.
Ook in ons leven kan er na een donkere periode weer licht komen. Soms heel voorzichtig, bijna onmerkbaar. Soms ineens, alsof er een gordijn opengaat en je weer kunt zien wat er werkelijk toe doet.
Misschien herken je dat.
Een periode waarin je vooral hebt volgehouden. Waarin je veel hebt gegeven, geregeld, gezorgd of aangepast. En ergens onderweg ben je misschien wat verder van jezelf vandaan geraakt.
Totdat je ineens merkt: ik verlang naar rust. Naar ruimte. Naar mezelf.
Voor mij begint ontwikkeling vaak niet met harder werken aan jezelf, maar juist met verstillen.
Stil worden.
Luisteren naar wat er vanbinnen leeft.
Coaching begint voor mij vaak daar.
Niet bij de vraag: Wat moet ik veranderen?
Maar bij de vraag:
Wat wil er in mij gezien worden?
Waar verlang ik werkelijk naar?
En wie ben ik wanneer ik niet hoef te voldoen aan wat anderen van mij verwachten?
Wie ben ik eigenlijk als ik even niets hoef te bewijzen? Wat geeft mij energie? Waar word ik warm van? Welke keuzes passen werkelijk bij mij?
Op die Griekse ochtenden voelde ik hoe waardevol het is om gewoon te mogen zijn, wie je bent.
En misschien kwam dat gevoel ook door de mensen die ik daar ontmoette. Mensen met wie er een vanzelfsprekende herkenning was. Gelijkgestemde mensen, met wie gesprekken dieper konden gaan en stilte niet ongemakkelijk hoefde te zijn.
Ruimte om jezelf te zijn
Hoewel je ver van huis bent, kan er ineens een gevoel van thuiskomen ontstaan.
Omdat je bij de ander jezelf kunt zijn.
En juist wanneer je jezelf mag zijn, ontstaat er ruimte.
Ruimte om te ademen.
Ruimte om te voelen.
Ruimte om te kiezen.
Ruimte om dichter bij jezelf te komen.
Dat is voor mij vrijheid.
Niet dat alles altijd gemakkelijk is. Niet dat er geen moeilijke dagen zijn. Maar dat je steeds opnieuw kunt terugkeren naar jezelf.
Elke dag leven in het licht
Het lied Tien duizend redenen kwam in die ochtenden regelmatig in mijn gedachten:
De zon komt op, maakt de morgen wakker.
Mijn dag begint met een lied voor U.
En verderop in het lied klinkt de zin:
Laat mij nog zingen als de avond komt.
Die woorden raken mij.
Want de ochtend en de avond horen bij elkaar.
De zon komt op en geeft ons een nieuwe dag. Maar uiteindelijk wordt het weer avond. En misschien is dat een mooie uitnodiging om eens stil te staan bij de vraag:
Hoe wil ik deze dag leven?
Niet alles hoeft perfect te zijn en ik hoef ook niet alles onder controle te hebben.
Maar…ik mag wel bewust leven.
Met aandacht voor de mensen om mij heen. Met ruimte voor wat mij raakt. Met dankbaarheid voor de kleine dingen. En met de moed om steeds meer mezelf te zijn.
Zodat wanneer de avond komt, ik niet alleen kan terugkijken op wat ik allemaal heb gedaan, maar ook kan voelen:
Ik was er.
Ik heb geleefd.
Ik heb liefgehad.
Ik ben dicht bij mezelf gebleven.
Ik neem deze dag in dankbaar aan.
En morgen?
Morgen komt de zon weer op.
Misschien is dat wel een van de mooiste beloften van iedere nieuwe dag:
Er is opnieuw licht.
Er is opnieuw warmte.
Er is opnieuw ruimte.
Er is een nieuw begin.
Dan mag je de vraag aan jezelf stellen:
Sta ik mezelf toe om het Licht binnen te laten?
